Naar hoofdinhoudNaar hoofdnavigatieNaar footer

23 maart 2026Ondernemen

Zo voorkom je drift tijdens het spuiten

Als je op het verkeerde moment spuit met gewasbeschermende middelen, kan de wind voor flinke spuitschade zorgen. Door drift komen fijne druppeltjes ongemerkt terecht op naastgelegen percelen of in het oppervlaktewater. Die problemen voorkom je met de juiste voorbereiding en goede timing. Lees ook wat je vastlegt in je spuitlogboek als het toch misgaat.

Vier keuzes tegen drift

Keuze 1: het juiste middel

Het ene middel is sterker dan de ander en kan meer schade veroorzaken. Kies daarom zorgvuldig welk middel je gaat gebruiken.  

 Tip Toelichting
Lees het etiket voordat je gaat vullen. Daar staat onder meer voor welk gewas het middel bedoeld is, hoe je het toepast en welke beperkingen gelden.  
Houd je aan de dosering Te laag doseren kan betekenen dat je later opnieuw moet spuiten en een te hoge dosering kan je gewas aantasten. 
Gebruik geen ‘snelle vervanger’ omdat die nog op de plank staat Een ander middel kan net andere eisen hebben of anders reageren bij wind en temperatuur.  
Let op opslag en gebruiksomstandigheden

 Sommige middelen kunnen niet tegen vorst, moeten uit de zon staan of
 hebben een aanbevolen gebruikstemperatuur. Dat kan allemaal invloed hebben op het resultaat én op
 het risico op verwaaien. 

Keuze 2: apparatuur en afstelling

Met goede apparatuur en de juiste afstelling kun je veel drift voorkomen. Fijne nevel waait sneller weg dan grove druppels. En als je spuitbeeld onrustig is, komt het middel sneller buiten je perceel terecht. 

 Tip Toelichting
Kies de juiste doppen en stel de druk goed af.Doppen en druk bepalen hoeveel fijne druppeltjes je maakt. Driftreducerende doppen geven grovere druppels en minder nevel. Zie je een mistwolk achter je spuitboom? Dan zit je vaak te fijn. 
Check op lekkage voordat je vertrektDenk aan slangen, koppelingen en doppen. Eén druppelende aansluiting kan onderweg al veel middel lekken.
Houd de spuitboom zo laag mogelijk en stabielHoe hoger de boom, hoe meer ruimte de nevel krijgt om weg te waaien. Let ook op schommelen bij hobbels of hogere snelheid.  
Vervang versleten onderdelen op tijdVersleten doppen geven een ander spuitbeeld. Signalen dat je spuitbeeld niet klopt zijn zichtbare nevel, een scheve straal of droge banen in je gewas. 

Keuze 3: het moment van spuiten

Het juiste moment om te spuiten hangt af van een aantal omstandigheden. Wind is de grootste factor. Zeker langs perceelranden en sloten kan één draai van de wind direct druppeltjes meevoeren op de verkeerde plaats laten landen. Ook de temperatuur kan de kans op drift vergroten.  

 Tip Toelichting
Vermijd spuiten als het windstil is of bij nevel.Bij windstil weer kan nevel blijven hangen en langzaam wegdrijven. Dat vergroot de kans op onbedoelde verspreiding.
Spuit bij voorkeur bij lichte, constante windEen gelijkmatig briesje helpt om de spuitwolk voorspelbaar te houden, zodat je beter controle houdt over waar het middel landt.
Stop met spuiten bij windvlagen of draaiende wind.Plotselinge windverandering maakt het spuitbeeld onvoorspelbaar en vergroot de kans op drift richting sloten of buurpercelen.
Stop met spuiten als nevel blijft hangen achter je spuitboom.Blijvende nevel is een duidelijk signaal dat omstandigheden of afstelling niet gunstig zijn; doorwerken vergroot het risico op drift.
Spuit langs randen extra voorzichtig, zeker bij sloten en buurpercelen.Aan de randen is de kans op schade of verontreiniging het grootst; werk rustiger en zorg voor extra marge waar nodig.

Keuze 4: je rijstijl

Naast de juiste timing en voorbereiding heb je ook tijdens het spuiten invloed op drift. Juist omdat omstandigheden kunnen veranderen. 

 Tip Toelichting
Rijd rustig en constantWisselende snelheid zorgt voor onrust in de spuitboom en kan je dosering en spuitbeeld beïnvloeden.
Pas je snelheid aan op het terrein (kuilen, sporen, kopakker).Hobbels en sporen laten de spuitboom schommelen. Langzamer rijden helpt om de boom stabiel te houden.
Neem bochten en kopakkers extra beheerst.Turbulentie door obstakels kan nevel omhoog trekken of wegblazen. Met wat marge houd je meer controle.
Houd voldoende afstand bij randen en obstakels (hagen, bomen, bebouwing).Turbulentie door obstakels kan nevel omhoog trekken of wegblazen. Met wat marge houd je meer controle.

Spuitlogboek: dit leg je vast

In een spuitlogboek leg je de belangrijkste informatie vast over het spuiten. Zo heb je achteraf altijd alle omstandigheden helder.  

 Leg in elk geval vast: 

  • datum en tijd; 

  • perceel en locatie (welk veld, welke rand)  

  • middel en dosering  

  • weer (windrichting, windkracht, temperatuur en eventuele neerslag)  

  • spuitinstellingen (doppen, druk, snelheid, boomhoogte)  

  • bijzonderheden (onderbreking, wind gedraaid, extra voorzichtig langs randen)  

  • wie heeft het werk uitgevoerd (jij of een loonwerker) 

Schade is lastig meteen te zien. Twijfel je of het is misgegaan? Leg voor de zekerheid de situatie vast met foto's en noteer het tijdstip en de locatie.  

Spuitschade is meestal verzekerd op de agrarische aansprakelijkheidsverzekering . Voor loonspuiten heb je een aansprakelijkheidsverzekering voor loonwerk nodig, met dekking voor spuiten voor derden. Als het duidelijk is dat er schade is ontstaan, bel dan je aansprakelijkheidsverzekeraar om de schade te melden.

Deel dit bericht

  • Voor veel agrariërs is de oogsttijd een spannende en drukke periode. Er moet hard gewerkt worden, vaak onder tijdsdruk. Juist dan gebeuren er sneller ongelukken of kan er schade ontstaan. In dit artikel geeft Univé-adviseur Roelof Eleveld tips om problemen te voorkomen en je goed voor te bereiden voor het geval er toch iets misgaat.

  • Een stroomstoring in je stal is gevaarlijk. Je ventilatiesysteem stopt dan met werken, waardoor je dieren geen frisse lucht meer krijgen. Ze kunnen ziek worden of zelfs doodgaan. Zijn je dieren voor hun gezondheid en welzijn afhankelijk van kunstmatige ventilatie? Dan is een noodstroomaggregaat verplicht. In dit artikel lees je aan welke regels je moet voldoen en wat dit betekent voor je verzekering.

  • Je krijgt steeds meer opdrachten en er komt meer geld binnen. Oftewel: je bedrijf groeit. Dat is goed nieuws. Vaak investeer je daardoor in nieuwe spullen voor je bedrijf, neem je grotere klussen aan, ga je andere werkzaamheden doen of verwelkom je nieuw personeel. Dan is het slim om te kijken of je verzekeringen nog aansluiten bij de situatie van je bedrijf.

  • Werk je als zzp’er vanuit huis? Dan staan je zakelijke spullen soms gewoon tussen je privéspullen. Je laptop ligt in de werkkamer, je gereedschap staat in de garage of je bewaart producten in de schuur. Spullen die je op naam van je bedrijf hebt gekocht, zijn niet verzekerd via je particuliere inboedelverzekering. Bewaar je zakelijke spullen of voorraad thuis? Kijk dan of die spullen en de plek waar ze staan passen bij je zakelijke verzekering.

  • Tijdens het voorbereidingsgesprek heb je een goede klik. Je voorstel wordt daarna met veel enthousiasme ontvangen en nu is de opdracht binnen. Een mooie klus, met flink wat uren en ook nog eens tegen een net tarief. Maar net voordat je aan de slag gaat, annuleert je klant de opdracht. Wat zijn dan je mogelijkheden?

  • Je boekhouding, dier- of teeltregistratie en gegevens uit machines en andere apparatuur zijn steeds vaker digitaal verbonden. Ook leveranciers kunnen via internet toegang hebben voor monitoring of onderhoud. Een cyberincident kan daardoor meer raken dan alleen je computer: belangrijke gegevens kunnen onbereikbaar zijn, accounts worden misbruikt of systemen uitvallen. Daarom is het goed om te weten welke systemen belangrijk zijn, wie toegang heeft en hoe die zijn beveiligd.