Naar hoofdinhoudNaar hoofdnavigatieNaar footer

De nachtrust van Nederlanders: onderzoek naar slaapgedrag en slaapkwaliteit

Voldoende slaap is belangrijk voor de gezondheid. Dat vindt ook het overgrote deel van de Nederlanders: 86% noemt voldoende slaap belangrijk. Maar hoe ziet de nachtrust er in de praktijk uit? Hoeveel uur slapen we gemiddeld, hoe uitgerust worden we wakker en wat doen we als slapen minder goed gaat? Univé onderzocht dit onder 1.024 Nederlanders met onderzoeksbureau MarketResponse.

Nederlanders slapen minder lang dan zij ‘normaal’ vinden

Voor veel Nederlanders staat zeven tot acht uur slaap per nacht gelijk aan een normale nachtrust. Bijna de helft (49%) noemt dit een normale hoeveelheid slaap. Nog eens 24% vindt zes tot zeven uur normaal. Daarmee beschouwt bijna driekwart van de Nederlanders zes tot acht uur slaap als een normale hoeveelheid.

In de praktijk slaapt een groot deel van de Nederlanders korter dan wat zij normaal vinden. De grootste groep (34%) slaapt gemiddeld zes tot zeven uur per nacht, terwijl 28% zeven tot acht uur haalt. Daarnaast slaapt 16% gemiddeld vijf tot zes uur per nacht en komt 7% niet verder dan vijf uur. Een kleinere groep slaapt juist langer: 12% komt uit op acht tot negen uur en slechts 4% slaapt negen uur of meer.

Dit laat zien dat Nederlanders de slaapduur die zij ‘normaal’ achten, niet altijd terugzien in hun eigen slaapgedrag.

Niet iedereen valt makkelijk in slaap of wordt uitgerust wakker

Naast de duur van de nachtrust speelt ook het slaapritme een rol in hoe mensen hun slaap ervaren. Ruim de helft van de Nederlanders (52%) omschrijft de eigen slaaptijden als regelmatig. Daartegenover staat ruim een kwart (27%) die de slaaptijden onregelmatig noemt. 

Vooral jongvolwassenen hebben vaker onregelmatige slaaptijden. Van de 15- tot 24-jarigen noemt 38% de eigen slaaptijden onregelmatig of zeer onregelmatig. Onder 55- tot 64-jarigen is dat 21%. De regelmaat van het slaapritme verschilt daarmee duidelijk per leeftijdsgroep.

Ook het moment waarop iemand in slaap valt, verschilt per persoon. Ruim vier op de tien Nederlanders (43%) geven aan makkelijk in slaap te vallen. Daar staat bijna een kwart (23%) tegenover die moeilijk in slaap valt. 

Eenmaal in slaap gevallen, betekent niet automatisch dat er de hele nacht goed wordt doorgeslapen. Ruim een derde van de Nederlanders (37%) zegt goed door te slapen. Een kwart (25%) ervaart juist problemen met doorslapen en beoordeelt dit als slecht.

Ook bij het wakker worden lopen de ervaringen uiteen. Ongeveer een derde van de Nederlanders (32%) wordt uitgerust wakker, terwijl een even grote groep juist moe aan de dag begint.

De ervaren nachtrust en het gevoel bij het opstaan lopen daarmee uiteen. Waar sommige Nederlanders makkelijk inslapen en uitgerust wakker worden, heeft een ander deel moeite met inslapen, doorslapen of het gevoel voldoende rust te hebben gehad.

Slechts een derde beoordeelt de eigen slaapkwaliteit als goed

Wanneer Nederlanders hun slaapkwaliteit in het algemeen beoordelen, noemt de grootste groep deze gemiddeld. Dat geldt voor 43% van de respondenten. Slechts een derde (34%) beoordeelt de eigen slaapkwaliteit als goed, terwijl bijna een kwart (23%) deze als slecht ervaart.

Hoe energiek Nederlanders zich overdag voelen, verschilt eveneens. Ruim de helft (54%) ervaart een gemiddeld energieniveau. De overige Nederlanders zijn gelijk verdeeld: 23% voelt zich overdag energiek, terwijl een even grote groep (23%) juist weinig energie ervaart.

“Dat zoveel mensen het belang van slaap erkennen, maar slechts een derde positief is over de eigen slaapkwaliteit, valt op. Slaap raakt direct aan hoe mensen zich overdag voelen en functioneren. Juist daarom is het belangrijk om te begrijpen waar mensen tegenaan lopen en welke praktische informatie hen kan helpen om de slaapkwaliteit te verbeteren,” zegt Angelique Holtman, manager Zorg bij Univé.

Driekwart heeft periodes van minder goede slaap

Slaapproblemen zijn niet voor iedereen voortdurend aanwezig. Toch heeft een ruime meerderheid (76%) weleens een periode waarin de nachtrust minder goed is. De oorzaken van minder goed slapen lopen uiteen. Van de Nederlanders die weleens periodes hebben waarin zij minder goed slapen, noemt 54% stress, piekeren of zorgen. Daarmee is dit de meest genoemde reden.

Ook de slaapomgeving speelt een rol. Zo noemt 37% van deze groep een te warme of te koude slaapkamer als oorzaak. Gezondheidsproblemen of ziekte volgen met 22%, net als geluid, licht of andere overlast (22%). Ook muggen of ander ongedierte spelen voor sommige mensen een rol (18%). Andere genoemde oorzaken zijn schermgebruik voor het slapengaan (13%), snurken van een partner (13%), sociale activiteiten (11%) en de overgang of hormonen (11%). Onregelmatige werktijden worden door 10% genoemd. Ook (jonge) kinderen kunnen de nachtrust beïnvloeden (8%). Cafeïne of voeding vlak voor het slapen (7%) en alcohol of drugs (7%) worden minder vaak genoemd.

Daarnaast is er een groep die bewust later naar bed gaat om tijd voor zichzelf te hebben. Eén op de tien (10%) noemt dit als reden voor een periode met minder goede slaap.

Oorzaken slechte slaap verschillen per leeftijd en geslacht

De oorzaken van periodes met minder goede slaap verschillen ook per leeftijdsgroep. Jongere Nederlanders, en met name 25- tot 34-jarigen, noemen relatief vaak schermgebruik, onregelmatige werktijden, jonge kinderen en sociale activiteiten als factoren die hun slaap verstoren. Bij Nederlanders van 55 jaar en ouder worden gezondheidsproblemen of ziekte juist vaker genoemd. 

Stress en piekeren worden niet door iedereen even vaak genoemd. Van de vrouwen die periodes met minder goede slaap ervaren, noemt 60% stress, piekeren of zorgen als oorzaak. Bij mannen is dat 48%. Ook tussen leeftijdsgroepen zijn verschillen zichtbaar: onder 45- tot 54-jarigen noemt 61% stress, tegenover 43% van de 15- tot 24-jarigen. 

Vrouwen ervaren vaker slaapproblemen dan mannen

De ervaringen met slaap verschillen ook tussen mannen en vrouwen. Vrouwen geven vaker aan periodes te hebben waarin zij minder goed slapen: 82% ervaart dit weleens, tegenover 70% van de mannen. 

Ook op andere aspecten van de nachtrust ervaren vrouwen vaker problemen dan mannen. Zo wordt ruim vier op de tien vrouwen (42%) moe wakker, tegenover bijna een kwart van de mannen (23%). Ook moeite met inslapen komt vaker voor bij vrouwen: bijna drie op de tien (30%) vallen moeilijk in slaap, tegenover bijna een op de zes mannen (17%). Daarnaast beoordeelt bijna een op de drie vrouwen (31%) het doorslapen als slecht. Bij mannen is dat slechts een op de vijf (18%).

Slecht slapen beïnvloedt energie, stemming en concentratie

Een slechte of korte nacht kan ook overdag merkbaar zijn. De meest genoemde gevolgen zijn minder energie of minder zin om dingen te ondernemen. Ruim de helft (51%) geeft aan dit te ervaren bij weinig of slecht slapen. 

Daarnaast zegt 39% sneller geïrriteerd te zijn. Bijna een derde (32%) merkt minder concentratie of geheugenproblemen te hebben en 31% geeft aan fysiek minder goed te kunnen presteren. Ook somberheid of een negatieve stemming wordt genoemd door 24% van de respondenten. Andere gevolgen zijn het maken van ongezondere keuzes (16%) en minder sociaal contact of het afzeggen van afspraken (13%). Slechts 9% geeft aan niets te merken van te weinig of slecht slapen.

Vooral Nederlanders van 35 tot 44 jaar merken de gevolgen van weinig of slecht slapen. Van deze leeftijdsgroep geeft 43% aan moe wakker te worden, tegenover 16% van de 65-plussers. Ook prikkelbaarheid komt relatief vaak voor: 55% van de 35- tot 44-jarigen ervaart dit bij weinig of slecht slapen, tegenover 31% van de 65-plussers. Daarnaast noemt 42% van de 35- tot 44-jarigen concentratie- of geheugenproblemen, tegenover 19% van de oudste leeftijdsgroep.

TV kijken en scrollen op de telefoon populairder dan meditatie

Nederlanders gebruiken verschillende hulpmiddelen en technieken om makkelijker in slaap te vallen of beter door te slapen. Het verbeteren van de slaapomgeving wordt het vaakst genoemd: 19% past bijvoorbeeld de verduistering, ventilatie of verwarming aan. Ook televisie kijken of scrollen op de telefoon komt veel voor (18%). Een vaste avond routine wordt door 17% genoemd.

Verder gebruikt 15% oordoppen, een slaapmasker of white noise. Ademhalingsoefeningen of meditatie worden door 14% genoemd en 13% probeert het schermgebruik te beperken. Melatonine, supplementen of een warme drank worden door 12% gebruikt. Bovendien noemt 11% het vermijden van alcohol of drugs en nog eens 11% slaapmedicatie op recept. Een slaapmutsje of borrel wordt door 9% genoemd. Ruim een vijfde (22%) geeft daarnaast aan nooit technieken of hulpmiddelen te gebruiken om in slaap te vallen of door te slapen.

De meest genoemde aanpak is daarmee het aanpassen van de slaapomgeving. Ook gewoonten in de avond, zoals een avondroutine of het gebruik van een telefoon of televisie, komen veel terug. 

Kwart wil de slaapkwaliteit verbeteren, maar weet niet hoe

Een meerderheid van de Nederlanders ziet ruimte om de eigen slaapkwaliteit te verbeteren, maar niet iedereen weet hoe ze dat moeten aanpakken. Bijna een kwart (25%) wil de slaapkwaliteit verbeteren, maar weet niet goed hoe. Nog eens 17% zou dit wel willen, maar is er nog niet mee bezig. Daarnaast geeft 16% aan al bezig te zijn met het verbeteren van de slaap.

Tegelijkertijd vindt ruim een derde (35%) verbetering niet nodig. Een kleinere groep zegt dat het verbeteren van de slaapkwaliteit zou betekenen dat andere dingen moeten worden opgegeven (4%). Daarnaast denk 5% dat verbetering toch geen zin heeft.

De behoefte om beter te slapen verschilt ook per leeftijdsgroep. Van de 15- tot 24-jarigen geeft 35% aan de slaapkwaliteit te willen verbeteren, maar niet goed te weten hoe. Onder 65-plussers is dat 20%. Tegelijkertijd vindt 59% van de 65-plussers verbetering van de eigen slaapkwaliteit niet nodig, tegenover 17% van de jongvolwassenen. 

“Een kwart wil de slaap verbeteren, maar weet niet goed hoe. Dan kan duidelijke en praktische informatie helpen. Geen ingewikkelde adviezen, maar informatie die mensen begrijpen en kunnen toepassen in hun dagelijks leven. Wie langere tijd slecht slaapt of zich zorgen maakt over de eigen gezondheid, kan dit bespreken met een zorgverlener,” aldus Holtman.

Wie meer wil weten over manieren om de slaapkwaliteit te verbeteren, kan terecht bij het programma Lekker slapen van Univé. Dit programma biedt praktische tips en adviezen om aan de slag te gaan met een betere nachtrust.