Preferentiebeleid geneesmiddelen
Preferentiebeleid voor geneesmiddelen
Univé kent een preferentiebeleid voor geneesmiddelen. Dit betekent dat we van veel medicijnen alleen de goedkoopste variant vergoeden. U krijgt hetzelfde medicijn, maar in een ander doosje. Bovendien tellen deze voorkeursmedicijnen niet mee in het eigen risico, dus u hebt er direct voordeel van.
Overzicht preferente geneesmiddelen
Wat houdt het preferentiebeleid in?
Preferentie betekent letterlijk voorkeur. Bij gebruik van geneesmiddelen wil dat zeggen dat er (waar het kan) voorkeur is voor lager geprijsde geneesmiddelen. Univé kan hierbij geneesmiddelen 'aanwijzen' die voor vergoeding in aanmerking komen. Dit zijn de zogeheten preferente geneesmiddelen (ofwel voorkeursgeneesmiddelen). Wanneer medicijnen uit precies dezelfde werkzame stof bestaan, wordt alleen de goedkoopste variant vergoed.
Uw voordeel van het preferentiebeleid
Preferente geneesmiddelen vallen niet onder uw verplicht en vrijwillig eigen risico. Het preferentiebeleid biedt u dus direct voordeel.
Uitzondering
Kunt u, vanwege een medische noodzaak, niet met het aangewezen geneesmiddel worden behandeld? Dan vergoedt Univé de andere (duurdere) variant. De voorschrijvend arts moet in dat geval van mening zijn dat het preferente middel medisch onverantwoord is. Hij moet op het recept de aanduiding 'MN' (medische noodzaak) plaatsen. Het geneesmiddel komt dan wel ten laste van het eigen risico.
Wettelijke eigen bijdrage
Voor sommige geneesmiddelen geldt een wettelijke eigen bijdrage. Dit is bepaald in het Geneesmiddel Vergoedingen Systeem (GVS). U betaalt in dit geval een deel van de kosten zelf. Ook als er een medische noodzaak is. Op
www.kiesbeter.nl en
www.medicijnkosten.nl kunt u zien of u een wettelijke eigen bijdrage moet betalen.
Vergoeding van medicijnen
BEKENDMAKING BIOLOGICALS EN PREFERENTIEBELEID
In juni 2010 maakte Univé-VGZ-IZA-Trias (thans: VGZ) bekend een preferentiebeleid rond 3 groepen biologicals te gaan voeren, door ons aangeduid als ‘filgrastim, somatropine en erytropoëtine’. Het preferentiebeleid zou aanvankelijk ingaan op 1 juli 2010. Deze aankondiging leidde tot veel reacties van meerdere partijen. Na een uitstel van een maand heeft VGZ uiteindelijk het preferentiebeleid opgeschort en het College voor zorgverzekeringen (CVZ) om een uitspraak gevraagd in hoeverre een preferentiebeleid rond biologicals mogelijk is. Op 29 september 2011 heeft het CVZ geantwoord. De brief van het CVZ aan VGZ vindt u hier.
De brief van het CVZ sterkt VGZ in zijn mening dat het voeren van preferentiebeleid op biosimilars en hun referentieproducten ten aanzien van nieuwe patiënten is toegestaan. VGZ komt derhalve tot het volgende besluit:
- het in juni 2010 aangekondigde preferentiebeleid rond biologicals wordt definitief ingetrokken;
- alle mededelingen met betrekking tot de opschorting zullen van de verschillende websites worden verwijderd;
- VGZ zal een nieuwe procedure starten voor die biologicals waarvoor een biosimilar en een referentieproduct beschikbaar is;
- het preferentiebeleid rond deze biologicals zal zich beperken tot nieuwe patiënten.
Veelgestelde vragen
Heeft u een vraag over het preferentiebeleid voor geneesmiddelen? Univé heeft de antwoorden op de veelgestelde vragen voor u op een rij gezet.