Ga naar inhoud

6 januari 2022Sport

‘Als een van ons wint, zijn we allemaal door het dolle heen’

Vier broers, acht sportieve benen en één gezamenlijke droom: de familienaam bovenaan de ranglijsten. De broers Jurrian (28), Ronald (23), Christian (18) en Joël (13) Haasjes zijn een begrip in de skeelerwereld. 

Het weekend voorafgaand aan het interview rijden Ronald en Christian allebei de Daikin NK marathon Inlineskaten op het circuit van Zandvoort. Christian als Junior A, Ronald bij de senioren. Christian pakt zilver. “Tja, niet gewonnen, maar tweede is ook prima.” Ronald eindigt op de vijfde plek, op een deelnemersveld van bijna honderd man. “Achteraf ben ik wel tevreden, maar ik had natuurlijk liever een medaille gehad. Ik zat in de kopgroep.”  

Volgens Christian is rijden op het F1-circuit ‘echt vet’. Ronald beaamt dat. “Zandvoort is een mooie brede baan met hoogtemeters en zware bochten. Wel jammer dat er vanwege de coronamaatregelen weinig publiek bij mocht zijn. Onze ouders en de rest van de familie volgden ons via de livestream.” 

Snel als hazen 

De naam Haasjes verschijnt de afgelopen jaren steeds vaker in de hoogste regionen van de skeelerwereld. Jurrian, de oudste broer uit het Staphorster gezin, trok op zijn tiende voor het eerst een paar skates aan. Het skeelervirus besmette ook Ronald, die op zijn zesde begon. Christian volgde op vierjarige leeftijd. Jongste broer Joël was nog geen drie toen hij voor het eerst op inlineskates stond. Het bleef niet bij recreatief skeeleren; de afgelopen jaren sleepten Jurrian, Ronald en Christian op Nederlandse kampioenschappen gezamenlijk negentien maal goud, twintig maal zilver en zestien keer brons in de wacht. Joël moet nog een paar jaar wachten voor hij officieel bij de ‘senioren’ hoort, maar is nu al goed voor een gouden medaille en vier keer zilver op nationale toernooien. In de winter verruilen de broers hun skates voor schaatsen. De drie oudsten rijden marathons − Ronald is sinds 2019 A-rijder. 

Zoveel sportief talent in één gezin, dat is best uniek.  

Jurrian: “Jawel, maar we trainen er ook keihard voor. We moeten het hebben van ons harde werken. Met schema’s zijn we niet zo bezig, we zijn meer van gewoon ‘gas erop’. In de vakantie hebben we honderden kilometers gefietst en geskeelerd. Toen ik als kind begon, bleek dat ik er goed in was. Dat mijn broers ook zijn gaan skeeleren, vind ik machtig mooi. Ronald is inmiddels beter dan ik, Christian en ik gaan gelijk op.” Met een grijns: “Joël ben ik nog even de baas.”  
Joël: “Over vijf jaar kom ik bij mijn broers in de ploeg. Ik kan niet wachten!” 

Zijn jullie tijdens wedstrijden elkaars concurrenten? 

Jurrian: “Nee, we gunnen elkaar de overwinning. De ene keer wint de een, een volgende wedstrijd de ander. Laatst hadden we bij een koers een tactiek bedacht: Ronald zou de gouden plak ophalen, maar halverwege ging Christian er plotseling vandoor en pakte het goud. Op zo’n moment gaan bij ons allemaal de remmen los; we zijn dan door het dolle heen dat hij het doet.” Ronald: “En nee, ik vond het niet erg dat ik die medaille niet won. Als een van ons wint, vieren we het samen. We hebben er met elkaar voor gewerkt. Als de naam Haasjes maar bovenaan de uitslagenlijst staat.” 

Hoeveel discipline vraagt topsport? 

Ronald: “Jurrian en ik werken veertig uur per week, Christian en Joël gaan overdag naar school. Trainen doen we ’s avonds en dat is af en toe best pittig.” Joël: “Voor en na mijn clubtraining ben ik nog met school bezig.” Christian: “Maar we slaan geen training over. Het levert iets op bij de wedstrijden. We zijn alle vier van het uithoudingsvermogen; op lange afstanden komen we het beste uit de verf.” Ronald: “Het gaat ons vooral om het plezier in het sporten. Ik wil in het weekend gewoon nog een biertje kunnen drinken en lol hebben. Meestal zijn wij niet de koning van de training, anderen rijden ons er dan soms uit. We pieken vooral tijdens de wedstrijden.” Jurrian: “En winnen, dat is toch wel het allermooiste. Jijzelf of iemand van je ploeg.” Christian: “Dat moment dat je achterom kijkt, er niemand achter je zit en je juichend over de streep gaat. Kippenvel.” 
Joël: “Vooral de reacties van het publiek vind ik gaaf en dat mensen je feliciteren.” 

Wat maakt skeeleren zo leuk?  

Ronald: “Er komt veel tactiek en ploegenspel bij kijken. Je hoeft niet altijd de sterkste te zijn om te winnen, maar wel scherp zijn op de momenten dat het nodig is.” 
Christian: “Rijden in een peloton geeft me een kick. Het is best spectaculair; je zigzagt om iedereen heen en moet soms over iemand springen die gevallen is. Ronald, Jurrian en ik hebben ook Europees gereden − dan zijn de pelotons helemaal groot.” 
Joël: “Ik vind in een peloton rijden ook het leukst.” Jurrian: “Inlineskaten is een heerlijke sport. Je trekt je skeelers aan en kunt zo de weg op. Het geeft een vrij gevoel en je ziet van alles.” Ronald: “Een tip voor beginners: koop niet gelijk het duurste spul, maar gewone skates waar je goed op staat. Leer de techniek bij een vereniging, dan zul je zien dat het steeds beter gaat. En draag een helm!” Christian: “Met meer mensen is het leuker. Zoek elkaar op, dat motiveert!” 

Deel dit bericht