Ga naar inhoud

Veelgestelde vragen over Univé Cyberhulp en cybercrime

Van de Nederlanders van 12 jaar en ouder werd in 2018 8,5% slachtoffer van cybercriminaliteit. Dat komt neer op ruim 1,2 miljoen mensen.

De totale financiële schade door cybercriminaliteit op jaarbasis is gezien de omvang van de verschillende soorten incidenten niet in te schatten door het CBS. Dit komt door de complexiteit en de constant veranderende aard van de incidenten. Uit een schatting op basis van 820.000 processen verbaal blijkt dat er in 72.000 gevallen sprake is van cybercriminaliteit. Dat is circa 9%. Het aandeel verschilt per type delict.

Onder cybercriminaliteit verstaan wij elke toegang door een derde zonder uw toestemming of medeweten tot: 

  • uw privé- of bedrijfsnetwerk,
  • de daarmee verbonden computers en apparaten,
  • de daarop opgeslagen digitale gegevens,
  • uw mobiele apparaten (zoals telefoon of tablet) en de daarop opgeslagen digitale gegevens. 

Deze toegang kan plaatsvinden door middel van bv. hacken, een computervirus, malware/ransomware, maar ook via phishing. 

In 2021 werden ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders slachtoffer van cybercriminaliteit. De meesten kregen te maken met online oplichting en fraude. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.  De verwachting is dat het aantal cybercrimeschades in de komende jaren toeneemt.

.

Cybercrime betekent hetzelfde als computercriminaliteit of cybercriminaliteit. Het gaat dan om misdaden die gepleegd worden met behulp van een ict-middel - zoals een computer, smartphone, smartwatch of tablet - gericht op een ander ict-middel. Voorbeeld: een computervirus dat via een computer wordt verspreid naar andere computers.

Nee, u hoeft geen computer of internetaansluiting te hebben om slachtoffer te worden van cybercriminelen. Zo bevatten de meeste telefoons en bankpassen computerchips die kunnen worden gemanipuleerd. Maar ook chipkaarten, moderne auto's en bedrijfssystemen zijn vatbaar voor cybercriminaliteit. Voor het plegen van cybercrime gebruiken criminelen speciale apparatuur en software. Daarom hanteert de politie voor de opsporing ook geavanceerde middelen en technieken.

Daarnaast komt er ook steeds meer gedigitaliseerde criminaliteit voor waarbij klassieke delicten online gepleegd worden, bv. internetoplichting, afpersing via e-mail, phishing.

Een combinatie van beide verschijningsvormen is ook mogelijk. Denk aan het inloggen op een account met inloggegevens die via phishing zijn bemachtigd.

1 op de 12 Nederlanders van 12 jaar en ouder werd in 2018 slachtoffer van cybercriminaliteit. De kans is dus reëel.

Vooral bij online handel zien we cybercriminaliteit regelmatig plaatsvinden. Zo is bijvoorbeeld bij online handel in tweedehands artikelen voorzichtigheid geboden. Maar ook bij online aankopen in webshops kan het risico op cybercrime zich voordoen. 

Bij particulieren is de kans groter, maar zijn de schadebedragen relatief lager. Wel worden steeds vaker grotere groepen particulieren in één keer getroffen door bijvoorbeeld phishingmails. 

Bedrijven worden het laatste jaar minder vaak getroffen. Maar de schadebedragen zijn wel een stuk hoger dan een jaar geleden. Bij bedrijven wordt vaak losgeld gevraagd. Daarnaast moeten bedrijven hun data en systemen laten herstellen door specialisten. Dit kost veel geld.

Vanaf 2012 tot en met 2019 heeft het CBS een toename van het aantal cyberincidenten gemeten. Het aantal bij de politie geregistreerde incidenten lag in 2013 net onder de 2500; in 2019 waren dit er ongeveer 4700. Andere bronnen geven aan dat het aantal in 2020 explosief is gestegen. Volgens cybercrimeinfo.nl is het aantal gevallen in 2020 verzevenvoudigd ten opzichte van 2019. Dat is terug te zien in het toegenomen aantal meldingen van cybercriminaliteit bij de politie.

Jongeren worden relatief vaker slachtoffer van cybercriminaliteit. Waarschijnlijk komt dit doordat zij minder wantrouwend staan tegenover digitale communicatie. In 2018 was bijna 25% van de slachtoffers van cybercriminaliteit jonger dan 25 jaar.

Ouderen worden het minst vaak slachtoffer van cybercriminaliteit. In 2018 was slechts 3,3 % van het totaal aantal slachtoffers van cybercriminaliteit ouder dan 75 jaar.

Er zijn geen cijfers bekend over verbanden tussen hoeveelheid cybercrimeschade en woonplaats. Cybercriminaliteit heeft vaak een internationaal karakter en is een grensoverschrijdend fenomeen. Dat geldt uiteraard ook voor internet, het platform waarop cybercriminaliteit plaatsvindt. De woonplaats van het slachtoffer is voor cybercriminelen dan ook van ondergeschikt belang.

Wij beschikken niet over cijfers om een verband tussen hoogte van opleiding en cybercrimerisico te veronderstellen. Omdat voor cybercriminaliteit het gebruik van internet het belangrijkst is, gaan wij er vanuit dat een verband met opleidingsniveau nihil is.

De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn op dit punt te verwaarlozen. Bij vermogensdelicten bijvoorbeeld zijn mannen met 5,1% weliswaar vaker slachtoffer dan vrouwen (4%), maar dat verschil is te miniem om werkelijk een verschil in risico te vermoeden. 

Nee, cryptovaluta zijn onder geen enkele verzekering van Univé meeverzekerd. U kunt hiervoor het beste contact opnemen met de partij die uw cryptovaluta faciliteert. 

Bij de meest voorkomende cybercrimeincidenten is sprake van fraude met een betaling. Iemand die zich voordoet als een bekend persoon, bedrijf of (overheids)instelling stuurt je een bericht. Vaak ziet dit bericht er vertrouwd en herkenbaar uit. In het bericht zit een link, meestal met een betaalverzoek. Maar als je betaalt via deze link, komt het geld terecht bij de crimineel. Deze methode heet phishing. Ook is het mogelijk via een dergelijk bericht het apparaat of netwerk te hacken.