Onderweg

Wanneer heb je welk kinderzitje in de auto nodig?

Kinderzitje in de auto met dochter en ouders

Kleine kinderen mee in de auto? Dan heb je een passend kinderzitje nodig. Die zorgt ervoor dat je kind veilig en comfortabel in de auto zit. Zulke stoeltjes zijn afgestemd op de lengte of het gewicht van het kind. In dit artikel leggen we je precies uit welk kinderzitje je wanneer nodig hebt en waar je allemaal op moet letten.

Zijn kinderzitjes in de auto verplicht?

Ja, in Nederland ben je verplicht om kinderen tot een lengte van 1.35 meter in een kinderzitje te vervoeren. De Europese richtlijnen schrijven zelfs een lengte van 1.50 meter voor. Landen zoals Duitsland en Italië houden deze richtlijn aan. Let daar dus op voordat je met de auto op vakantie gaat.

Ook moet het stoeltje aan een Europees keurmerk voldoen. Er zijn twee soorten keurmerken:

1: UN-ECE R44

Dit keurmerk deelt kinderzitjes in op basis van het gewicht van het kind. Je maakt deze vast met de autogordels. De R44 is het oudste Europese keurmerk voor autostoeltjes en kent de volgende categorieën:

Groep 0+: voor baby’s
De zitjes uit Groep 0+ zijn bedoeld voor baby’s met een gewicht tot 13 kg. Let er wel op dat je baby niet met zijn of haar hoofd boven het zitje uitsteekt. Dan is het stoeltje namelijk te klein geworden.

Groep 1: voor peuters
De zitjes uit Groep 1 zijn voor kinderen met een gewicht van 9 t/m 18 kg. Naast het minimale gewicht van 9 kilo let je ook op de lengte. Je peuter moet namelijk minstens 80 cm lang zijn voor een kinderzitje uit Groep 1.

Groep 2/3: voor kinderen
De zitjes uit Groep 2/3 zijn voor kinderen met een gewicht van 15 tot 36 kg. Deze kinderzitjes hebben een zitverhoging, sidewings en hoofdsteun. De rugleuning is meestal verstelbaar. Zo groeit het stoeltje mee met je kind en past de gordel altijd goed.

2: UN-ECE R129 (i-Size)

In 2013 is een nieuw keurmerk ingevoerd: de R129, ook wel bekend als i-Size. Dit keurmerk kijkt naar de lengte van het kind, in plaats het gewicht. Bovendien maak je i-Size kinderzitjes vast met het ISOFIX-bevestigingssysteem, wat veiliger is. Ook gelden voor dit keurmerk strenge crashtesten.

Omdat je per kinderzitje precies ziet voor welke lengte deze geschikt is zijn er geen aparte categorieën. Wel moet je nakijken of je auto geschikt is voor i-Size kinderzitjes en dus uitgerust is met ISOFIX-bevestigingspunten. Dit is bij nieuwe auto’s vanaf 2012 standaard het geval. Bij oudere auto’s is het goed om de handleiding even na te kijken.

Hoe plaats je het kinderzitje in de auto?

Bij voorkeur neem je kinderen zo lang mogelijk mee in een achteruit geplaatst kinderzitje. Dit is het veiligst, omdat de impact op het nekje bij een frontale botsing tot wel 5x lager is.

De autostoeltjes met het i-Size keurmerk houden hier rekening mee. Die schrijven voor dat kinderen tot 15 maanden oud achterwaarts vervoerd moeten worden.

Onderzoekers zijn het er over eens dat het verstandig is om kinderen zo lang mogelijk achterwaarts te vervoeren. Er komen dan ook steeds meer kinderzitjes op de markt die dit mogelijk maken voor kinderen ouder dan 15 maanden.

De veiligste plek voor een autostoeltje

Uit onderzoek blijkt dat de middelste plek op de achterbank het veiligst is. De kans op letsel bij een ongeluk is daar namelijk het kleinst. Helaas biedt niet elke auto de mogelijkheid om op die plek een kinderzitje te plaatsen.

Daarom kiezen ouders vaak de plek achter de passagierstoel . Als bestuurder is het dan makkelijk om je kindje in de gaten te houden. Bovendien wordt statistisch gezien de bestuurderskant vaker geraakt bij een ongeluk.

Ook is het veiliger om je kindje op de achterbank te vervoeren dan op de passagiersstoel voorin. Kies je hier toch voor, let er dan op dat je de airbag op deze plek uitschakelt. Kan dat niet, dan moet je het kinderzitje op de achterbank plaatsen.

En als ze niet meer in een kinderzitje hoeven?

Zodra kinderen langer dan 1.35 meter zijn hoeven ze niet meer in een kinderzitje. Er zijn natuurlijk wel andere regels waar je je aan moet houden:

  • Kinderen moeten net als volwassenen altijd in de gordels
  • Je mag een driepuntsgordel niet als heupgordel gebruiken
  • Een gordel onder de arm door plaatsen in plaats van over de schouder mag dus ook niet

Is je kind 1.35 of groter maar zit de autogordel toch niet prettig? Gebruik dan een zitverhoger.

Deel dit bericht:

Redactie

De blogredactie van Univé deelt tips en adviezen over voorkomen en beperken. Zakelijk en particulier.